Buka: de levensdans

In het leven gaat het om het doen van gerechtigheid.

Met ieder lijf, op elke plek en in elke samenleving, is dat mogelijk.

Dat is het idee achter de levensdans.

 

Bij een andere wereld horen ook vreemde woorden. Buka is zo’n woord. Het komt uit het Maleis en betekent ‘open’. En om ‘openheid’ gaat het bij de levensdans. 

 

De filosofie achter Buka:

Drie zaken hebben grote invloed op het leven van ieder mens:

hun lichaam, de wereld en de taal.

Buka kent daarom drie ‘kringen’:

De eerste kring is de trage dans die helpt om zich op het eigen lijf te concentreren.

Trefwoorden: Adem – Balans – Centrum.

De tweede kring is de snelle vechtsport, die open staat voor de omgeving en haar gevaren.

Trefwoorden: Aandacht – Oordeel – Actie.

De derde kring is voor een buitenstaander niet zichtbaar. De patronen spelen zich af op het mentale vlak en stellen zich open voor het verhaal van de mensen, dat in hun taal is te horen.

Trefwoorden: Horen – Verstaan – Antwoorden.

 

1) Je hebt een lichaam.

De een is groot, de ander klein. De een is gezond, de ander juist niet. Het lichaam dat je hebt, daar moet je het mee doen. Iets anders willen, groter of minder vatbaar voor ziektes, is zinloos. Sta open voor het feit dat je dit, en geen ander lichaam hebt. De kunst is om er mee om te leren gaan en vooral: er gelukkig mee te leren zijn.

2) Je bent ergens.

De een groeit op in Frankrijk, de ander in Nederland of in Brazilië.  Net als je lichaam, is je omgeving de plaats waar je het mee moet doen. Je moet de wereld om je heen leren kennen, er mee om leren gaan en weer: er gelukkig mee leren zijn. Je moet leren groeien op de plek waar je gezaaid bent. Dat verandert niet als je verhuist of emigreert. Ook daar zijn mooie en onaangename dingen. Sta er open voor en leer er mee om te gaan.

3) Je maakt deel uit van een samenleving.

Ook al wonen twee mensen in dezelfde stad, toch kunnen ze totaal anders tegen het leven aankijken. Een mens ontstaat uit andere mensen, overleeft zijn kindertijd door andere mensen en groeit op met andere mensen. Elk woord dat je zegt, elk verhaal dat je kent deel je met anderen. En die anderen bepalen voor een groot deel hoe jij tegen de wereld aankijkt. Wie in een streng christelijk gezin opgroeit, krijgt andere verhalen te horen dan wie in een liberaal, of een orthodox moslim gezin opgroeit. Ook hier is het een kwestie van openheid. Leer het ‘verhaal’ van de groep waar je bij hoort, kennen. Leer het met zijn goede en kwade kanten te aanvaarden. Niet als een onwrikbaar gegeven, maar om er in vrijheid mee om te gaan. En vrijheid betekent dat je zelf voor de keuzes die je maakt en de dingen die je doet verantwoordelijk durft te zijn.

 

 

Levensdans in beeld

 

 

kalender

De jaartelling van Gaul is volgens overlevering vastgesteld door de zeven Grondleggers. Als beginpunt van de jaartelling kozen zij het jaar waarin het ijs zich begon terug te trekken van het vaste land van Europa.

De kalender van Gaul is gebaseerd op de maan en op de zon. Het jaar begint op de dag van de eerste nieuwe maan, na het begin van de lente. Elke maand loopt van nieuwe maan tot nieuwe maan. Een jaar van twaalf (maan) maanden duurt 354 dagen en is dus 11 dagen te kort. Om te voorkomen dat de herfstmaanden langzaam opschuiven naar de zomer, moet er om de twee of drie jaar een extra maand ingevoegd worden. Dat gebeurt altijd aan het einde van de herfst. Na de maand herfst 3 komt dan herfst 4. Het jaar 1720 heeft 12 maanden, maar 1721 heeft er dertien.

 

Vaste feestdagen:

Nieuwjaarsdag: 1 Lente 1

Pasen: 2e lichtdag na Nieuwjaarsdag

Aytondag: 1e zesdag van zomer 1

Zomerfestival: 2e zesdag van zomer 3 (begin schooljaar)

Herfstfeest: 1e zesdag van herfst 2

Dag van Gedachtenis: 5e rustdag voor het kerstfeest

Kerstfeest: 2e rustdag in winter 1