Grondwet en vlag

Grondwet van Gaul

Wij, de Gauls,

overlevenden van de Grote Verwoesting,

in het besef dat deze mede werd veroorzaakt

door de haat en het technologisch vernuft van mensen,

stellen ons ten doel:

aan de mensheid de kans te ontnemen

het enige ons bekende leven in het universum te vernietigen.

Met het oog hierop stellen wij heden deze Wet voor het Leven vast

die van kracht is in alle gewesten, die nu en in de toekomst behoren tot

het woongebied van ons volk.

 

Art. 1.

Al het Levende heeft een eigen recht op een zelfstandig bestaan in veiligheid, vrijheid en vrede.

 

Rechten en plichten behorende bij het burgerschap van Gaul:

Art. 2.

Het burgerschap van Gaul is een privilege dat aan mensen kan worden verleend en ontnomen volgens de wet.

Art. 3.

Iedere Burger van Gaul zal zich naar vermogen inzetten, het leven op aarde, in al haar diversiteit, in stand te houden en te vrijwaren van vernietiging.

Art. 4.

Iedere Burger van Gaul zal zich naar vermogen inzetten, de aarde te reinigen van alles dat schadelijk kan zijn voor menselijk, dierlijk of plantaardig leven.

Art. 5.

Iedere Burger van Gaul zal zich naar vermogen inzetten de rechten van de Burgers van Gaul te realiseren.

Art. 6.

Iedere Burger van Gaul heeft recht op alles dat nodig is voor een menswaardig bestaan.

Art. 7.

Iedere Burger van Gaul heeft recht op bescherming van leven, gezondheid, privacy, bezit en rechten.

Art. 8.

Iedere Burger van Gaul heeft het recht in vrijheid zijn levensgeluk na te streven, zijn levensovertuiging vrij te belijden, in vrijheid uiting te geven aan gevoelens en meningen, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

Art. 9.

Iedere Burger van Gaul heeft stemrecht volgens de wet.

 

Volkslied van Gaul

Gezegend moederland, uit ijs geboren,

Waar harde mannen, sterke vrouwen wonen.

Die zij aan zij hun krachten geven,

Herscheppend wat in haat ooit ging verloren:

De aarde zal weer zijn een tuin vol leven!

Wij zijn hun dochters en hun zonen.

 

Hans-Joachim Feldt

(330-422)

 

Dit lied werd in 492 NT op voordracht van de Senaat door de Gauls tot het nationale volkslied gekozen. 

In het lied komen een aantal elementen bij elkaar:

        Verleden: De eeuwen van het ijs.

 Zelfbeeld: Gauls zien zichzelf als hard en sterk, wat in de harde wereld na de Ramp ook nodig is. Verhoudingen: mannen en vrouwen doen ”zij aan zij” het werk.

        Besef van het kwaad: De oude wereld ging tenonder door “haat”.

        Doelstelling en ideaal: van de aarde een tuin vol leven maken.

                                     (tuin = paradijs, tuin van Eden)

        Toewijding: Wij die nu zingen, nemen het werk op ons, waar onze voorouders mee zijn begonnen.

Vierkleur

 

Symboliek van de vlag van Gaul:

De vier kleuren:

Rood is de kleur van het Recht.

Blauw de kleur van de Orde.

Groen de kleur van het Bestuur.

Wit is de kleur van het Leven.

 

Rood, groen en blauw leveren in deze samenstelling wit op.

Orde, Bestuur en Recht moeten in balans zijn om de maatschappij leefbaar te houden.

De keerzijde is ook van betekenis. Wit kan zich niet in een van de kleuren mengen en toch wit blijven. De priesters die het Leven dienen hebben geen zeggenschap over de maatschappij of over mensen.

Zij luisteren naar het grote verhaal van de Eeuwige en naar de verhalen van de mensen. Wat zij vertellen, moet dienstbaar zijn aan het leven. Wat het leven geweld aandoet, moeten zij tegenspreken.

 

De letter L op het gouden schild staat voor de wet van het Leven.

In spiegelbeeld  (zichtbaar op de keerzijde van de vlag) is het de Hebreeuwse letter gimmel. Deze letter staat symbool voor het haastig doen van gerechtigheid, wat de basis is voor het naleven van de wet voor het Leven.

 

wereldbeeld

Vlag, volkslied en wet laten samen het wereldbeeld van de Grondleggers van Gaul zien.  Twee van hen, Lloyd Ayton en Yitzak Katz vertegenwoordigen twee kanten van het denken over de maatschappij. Ayton is de man van de structuren. Hij zoekt het perfecte systeem. Katz richt zich op de mens en zijn verhaal. Hij zoekt ruimte voor het individu.

De vraag van Katz aan Ayton is:

Hoe voorkom je dat mensen voor het systeem moeten buigen?

De vraag van Ayton aan Katz is:

Hoe voorkom je dat het systeem onder de vrijheid van de individuele mens bezwijkt?