Volkslied van Gaul

Volgende pagina

Vorige pagina

 

Taal is het kleed

van gedachten.

 

Gezegend moederland, uit ijs geboren,

Waar harde mannen, sterke vrouwen wonen.

Die zij aan zij hun krachten geven,

Herscheppend wat in haat ooit ging verloren:

De aarde zal weer zijn een tuin vol leven!

Wij zijn hun dochters en hun zonen.

 

Hans-Joachim Feldt

(330-422)

 

Dit lied werd in 492 NT op voordracht van de Senaat vrijwel unaniem door de Gauls tot het nationale volkslied gekozen.  

In het lied komen een aantal elementen bij elkaar:

Verleden: De eeuwen van het ijs.

Zelfbeeld: Gauls zien zich zelf als hard en sterk, wat in de harde wereld van na de Ramp ook nodig is.

Verhoudingen: mannen en vrouwen doen ”zij aan zij” het werk.

Besef van het kwaad: De oude wereld ging ten onder door “haat”.

Doelstelling en ideaal: van de aarde een tuin vol leven maken.

(tuin = paradijs, tuin van Eden)

Toewijding: Wij die nu zingen, nemen het werk op ons, waar onze voorouders mee zijn begonnen.

 

 

Nationale identiteit

Van IJs naar Tuin

Terug