Start.
Wegwijs.
Bovenbouw.
Onderbouw.
Activiteiten.
Sitemap.
vorige pagina
volgende pagina
De lessencyclus over wondere feiten wordt afgesloten met een beschouwend paper.

In het boek “Over wondere feiten” en bronnenboek 2 worden allerlei thema’s op het grensgebied van wetenschap en levensbeschouwing behandeld. Er is voor elk wat wils. Zo worden bijv. alfa- én bètawetenschappen behandeld. Daarnaast passeren wetenschappelijke, filosofische en religieuze vooronderstellingen de revue, net zoals allerlei verschillende wereld- en mensbeelden. Bijvoorbeeld: oerknaltheorie en geloof, evolutietheorie en geloof, de verschillende dimensies van de mens, hersenwetenschap en de ziel, de psychologie van religie, de vergelijking van kunst en religie, visies op de verschillende dimensies in en na dit leven, etc. Allemaal pittige thema’s waarover je diep kunt doordenken. En dat laatste is de bedoeling.
In het beschouwend paper ga je dieper doordenken over een van de genoemde onderwerpen. Blader het boek maar eens door op zoek naar wat jou aanspreekt, of wat je juist merkwaardig voorkomt. Immers het gaat om filosofische verwondering, dus om kritische vragen te stellen bij de vanzelfsprekendheden en de vooronderstellingen van de genoemde zaken. En vervolgens om zelf op zoek te gaan naar mogelijke antwoorden.

Het is de bedoeling dat je één onderwerp uitkiest waarover je een beschouwend paper schrijft. Breng eerst zo goed mogelijk onder woorden wat het is, dat bij jou verwondering oproept wanneer je met dit onderwerp in aanraking komt. Ga vervolgens op zoek naar meerdere literatuurbronnen over je onderwerp om je goed in te lezen. Bedenk daarbij dat het internet een makkelijk medium is voor allerlei groeperingen (religieuze, esoterische, etc.) die hun eigen opvattingen voor de enige waarheid houden. Wees dus kritisch op de bronnen die je gebruikt. Zorg ervoor dat je jouw onderwerp van verschillende kanten bekijkt. Formuleer tijdens het inlezen een aantal belangrijke vragen bij het onderwerp. Al lezende en nadenkende kom je hopelijk vanzelf op de juiste vraagstelling. Kom je daar zelf niet helemaal uit, formuleer dan je probleem zo scherp mogelijk en overleg met mij. Gebruik voor je paper uiteindelijk minimaal drie bronnen.

Schrijf vervolgens in je eigen woorden een beschouwend paper van ongeveer 5000 woorden over je onderwerp waarin je je keuze voor dit onderwerp motiveert en de vragen die je bent tegengekomen beantwoordt.
Een beschouwend paper betekent dat je het onderwerp helder uiteenzet met verschillende informatie over en visies op jouw onderwerp. Het is geen betoog, waarbij je je eigen visie beargumenteert. Bij een beschouwing is je eigen visie van minder belang dan bij een betoog. Je sluit je paper wél af met je persoonlijke, goed beargumenteerde visie op het onderwerp. Uiteraard gaat het er niet om het definitieve, juiste antwoord op jouw vragen te presenteren. Verwondering is veel vaker een zaak die geen sluitend antwoord oplevert, maar eerder tot nieuwe vragen leidt.

Vergeet tenslotte niet je bronnen als bijlage toe te voegen aan je paper (= uitgeprinte  internetpagina’s en/of kopieën van relevante bladzijden uit boeken). Vermeld ook de bronvermelding bij de bronnen (= exacte internetpagina of boektitel, schrijver en de gebruikte pagina’s).


LET OP:
Het paper telt ± 5000 woorden. (minimaal 4500, maximaal 5500)
Het paper is geschreven in goed Nederlands.
Het paper moet worden uitgeprint. (DUS NIET PER E-MAIL!)
Op de voorzijde staat het onderwerp, je naam en je klas.
Het paper plus bijlagen dient te worden ingeleverd uiterlijk op

donderdag 14 juni 2012 voor 16.00 uur

Artikelen die zonder geldige reden later worden ingeleverd, worden beoordeeld met een 1.
Verdiepingsopdracht
vwo 5
vwo 5.