Opzet:
Een of twee keer per week wordt een deel van de les gebruikt voor een mondelinge bezinning.
Tijd: Totaal 25 minuten
3 minuten: Docent:
Verdeelt de klas in een binnen/buitencirkel.
Deelt de observatieformulieren uit.
Verdeelt de rollen. (wie observeert wie)
Wijst op de regels.
5 minuten Leerlingen:
De inbrenger deelt zijn/haar tekst uit.
De inbrenger motiveert de keuze van zijn onderwerp.
Ieder leest de tekst en schrijft (eventuele) informatieve vragen op.
Ieder beantwoordt de levensvragen en geeft zijn mening op de stelling
15 minuten Leerlingen:
De inbrenger vraagt naar informatieve vragen en beantwoordt deze
De inbrenger leidt de discussie over zijn/haar vragen en stelling
De deelnemers doen actief mee in de discussie
De toehoorders bewaken het proces
De inbrenger rondt de discussie op tijd af
(De docent stelt zich als procesbewaker op.)
2 minuten Docent:
Geeft zijn beoordeling
Rondt af door te wijzen op het bijhouden van het dossier
Regels:
1) De inbrenger bepaalt als gespreksleider wie, wanneer iets mag zeggen.
2) Deelnemers luisteren goed naar elkaar en laten elkaar uitspreken.
3) Ieders opvatting telt mee en mag gehoord worden.
4) Kwetsende opmerkingen horen niet in een bezinning thuis.
5) Toehoorders blijven buiten de discussie.
6) De docent is een toehoorder, die het recht heeft de voortgang van het proces bij te sturen.