Algemeen: Zin in zin hoofdstuk 3 en 4 t/m § 4 (blz.51 t/m 88)
Op blz. 51 staat doel en opzet van hoofdstuk 3. De punten daaronder geven goed weer wat de bedoeling is. In hoofdstuk 4 vind je de bedoeling van de tekst per paragraaf. (blz. 79, 84 en 87)
Algemeen: je moet de oranje gedrukte begrippen kennen en kunnen toepassen.
Hoofdstuk 3:
52: begrip ‘optiek’ in ethiek kunnen uitleggen en gebruiken.
53: Wat ethiek is, hoe het woord ‘goed’ in ethiek word gebruikt, waar je ethische uitspraken aan herkent
54-56: Uitleggen waarom je een beroep ook ethisch verantwoord moet uitoefenen. Begrip verantwoordelijkheid binnen ethiek kennen en de voorwaarden ervan kunnen noemen.
58-59: Waarden, normen en moraal kennen en hun onderlinge relatie. Verschil tussen intrinsieke en instrumentele waarden kennen.
60-63: Een eigen standpunt kunnen verwoorden als het gaat over jou eigen opvattingen als het gaat om ethisch absolutisme of ethisch relativisme.
64: verschil tussen optieken en visies kennen. Wat ethische visies zijn.
65: Wat gevolgenethiek inhoudt. Het hedonisme van Epicurus kunnen omschrijven. De opvattingen van Thomas Hobbes in relatie met het hedonisme kunnen verwoorden.
66: Verschil en overeenkomst van eudemonisme met hedonisme kennen. Het utilisme van Mill en Bentham kunnen omschrijven. Beginselethiek kunnen omschrijven.
67: De kern van de ethiek van Kant kunnen verwoorden. Wat deugdenethiek is.
68-69: relatie levensbeschouwing en ethiek kennen, de drie stromingen van de christelijke ethiek kennen en kunnen toepassen.
70-76: het model van de ethische analyse zo goed kennen, dat je zonder moeite een analyse kunt maken volgens het stappenmodel dat je op blz. 76 vindt.
Hoofdstuk 4:
80-81: Het begrip geweld kunnen omschrijven. Voorbeelden kunnen geven van geweld bij individuele mensen en in sociaal verband. Algemene verklaringen kunnen geven van gebruik van geweld.
82: wetenschappelijke verklaringen kunnen noemen van geweld. Beargumenteerd antwoord kunnen geven op de vraag welke wetenschappelijke verklaring jij het meest aannemelijk vindt.
83: Kunnen uitleggen wat structureel geweld is.
84-86: Wat is zinloos geweld, wat wordt bedoeld met redeloos geweld, welke invloed zinloos geweld heeft op de samenleving.
87-88: de ethische optiek met analyse kunnen toepassen op het verschijnsel zinloos geweld.
Over de toets:
De toets omvat een aantal kennisgerichte vragen. (R en T1)
Daarnaast krijg je een situatie voorgelegd waar je een ethische analyse op moet toepassen. Belangrijk is dus dat je het stappenplan uit je hoofd kent en dat ook kunt toepassen.