Het kloosterweekend zit er tot mijn spijt weer op. Van donderdagavond tot zaterdagmiddag is te kort om in het ritme te komen van het kloosterleven. Maar het is genoeg om iets van de sfeer te kunnen proeven. Voor de 21 jongeren was het in feite een cultuurschok. Zo uit hun warme slaapzak stonden ze vroeg in de ochtend in een kerkzaal, waar een aantal in wit en zwart geklede heren op onnavolgbare wijze psalmen zongen. En tussen het bidden en bijbellezen door lieten zij stiltes vallen, die langdurig en diep waren. Het enige dat je tijdens de ‘lauden’ af en toe hoort is het vage gerommel van een lege maag.
De rondleiding door het klooster was dit jaar korter dan anders, omdat de dominicanen juist op die dag een besloten bezinning hielden. Maar de oude koster die ons rondleidde had ook heel wat te vertellen over refter, biechtstoel en monstrans, zaken die voor de meesten van ons volslagen vreemd waren. Het hoogtepunt van ieder kloosterbezoek is de kennismaking met meditatie. Het is iedere keer weer een belevenis om al die overactieve jonge mensen volkomen tot rust te zien komen. Stilte is een belevenis, die zeker in onze hectische wereld een schaars goed is. Niet alleen omdat het overal lawaaierig is, maar vaak ook omdat wij van alles (i-pods, mp3, etc) gebruiken om de stilte te mijden.
Maar als het dan stil is, en je ook zelf tot stilte komt, dan gebeurt er iets. Iets dat meestal alleen maar aangeduid wordt met het woord: indrukwekkend.
In de middag proberen we die stilte uit te breiden naar de wereld van alledag, door een stilte wandeling te houden. We lopen naar de pont over het Pannerdenskanaal, en aan de overkant: ‘het is stil aan de overkant’. Een korte wandeling, heen en terug niet meer dan een uur, en ondertussen je bewust zijn van waar je je voeten neerzet, niets zeggen (moeilijk voor sommigen) en luisteren naar de stilte rondom je en in je. Het heeft iets mystieks.
Normaal gesproken begint de avond met een vesperviering, maar vanwege de bezinning van de broeders ging die niet door. We hebben dat opgevangen door zelf een viering te houden. Als het goed is hebben de deelnemers nog steeds een paar van de liederen in hun hoofd zitten. Laudate dominum…
Vrijdagavond tijdens het eten kwam Theo Koster de dominicaan om met de jongeren in gesprek te gaan. Want wat bezielt iemand nou om in een klooster te gaan? Hoe zit dat met die geloften van armoede, gehoorzaamheid en kuisheid? Er waren vragen genoeg en Theo vertelde openhartig over zijn leven als dominicaan. Ik heb hem dit verhaal al vaker horen vertellen, maar het maakt iedere keer weer indruk. Is het niet vreemd om zo’n gesprek tijdens het eten te doen? Ja, eigenlijk wel, maar dat kwam omdat we pizza’s hadden besteld en die kwamen zo laat dat het eten en het gesprek samen vielen. Op zich was het geen slechte combinatie, bij het eten gebruik je immers wel je ‘broodmolentje’ maar je oren hebben op dat moment vrijaf om alles te kunnen horen.
De laatste dag stond na de lauden in het teken van een paar korte theater stukjes, die alles te maken hebben met stilte of juist de verstoring daarvan. Je zal maar in een stilte coupé zitten en dan komt daar een ‘babbelbox’ binnen, die ongegeneerd via haar mobiel half Nederland afbelt, en daarbij zeer luid praat, alsof ze denkt dat de mensen aan de andere kant doof zijn. Fantastisch om te zien hoe ieder zo zijn eigen sterke en minder sterke punten heeft als het op improviseren aankomt.
Dan tot slot, de grote schoonmaak. Toegewijd werd er opgeruimd en geveegd, de stofzuiger werd vaardig heen en weer geschoven en geen WC bleef een stevige boenbeurt bespaard. (Als hun moeders eens wisten hoe goed zij kunnen schoonmaken…)
Maar dan is het ineens over en rijd je terug naar Alphen. Een ervaring rijker, die het gebrek aan slaap meer dan compenseert. Volgend jaar weer, wie wil mag mee.
Ton den Dekker.